“In mijn leven is heel veel fout gegaan, zo kijk ik erop terug nu ik wat ouder ben. Spijt, schuld, verdriet, alles komt boven. Van huis uit ben ik Katholiek maar ik heb er na m’n tienertijd niets meer aan gedaan.
Tot m’n eigen verbazing voelde ik de behoefte om te biechten, om met God, met anderen voor zover dat nog kan, en met mezelf in het reine te komen. Ik heb er lang mee rondgelopen, wel zo’n jaar of anderhalf. Toen ben ik gaan biechten. Het heeft meer voor me betekend dan ik had verwacht. Verwijt kreeg ik bij die biecht niet, helemaal niet. Ik voelde begrip, veel begrip. Er viel een stuk van de last die ik met me meedraag van me af. Het sacrament maakte het bijzonder. Als huiswerk kreeg ik mee om uit het leven van Jezus (geschreven door Lucas) hoofdstuk 15 te lezen. Ik zei dat ik geen bijbel had en dat het voor mij te moeilijk zou zijn. Toen kreeg ik ‘De bijbel in gewone taal’ van de priester. In dat hoofdstuk staan drie verhalen van Jezus, een over een herder die een schaap kwijtraakt en terugvindt, een tweede verhaal over een vrouw die een geldstuk kwijtraakt en terugvindt en een derde verhaal over een vader die een zoon kwijtraakt en terugvindt. ‘Door Jezus ben jij teruggevonden’, zei de priester. Dat is mooi gezegd en ik denk daar veel aan. Wat gebeurd is, is door God vergeven, al voel ik dat niet altijd zo. ‘Vergeef ook de mensen die jouw kwaad hebben gedaan, dat is de andere kant. Jezus heeft óók hén vergeven’, zo zei hij nog. Ik probeer het, al gaat dat zeker niet vanzelf”.
Een parochiaan